Waar standalone AI-tools werkelijk overleven
Er is een patroon in de tools die wel hun positie behouden. Ze delen meestal drie kwaliteiten.
Eerst zijn ze gebouwd rond een workflow die het platform niet goed begrijpt. Platforms optimaliseren voor de gemiddelde gebruiker. Als je tool ontworpen is voor een specifiek beroep, een specifieke regelgeving, of een specifiek type inhoud, dan zal de generalistenbenadering van het platform niet zo goed voor die gebruiker werken als jij. Een juridisch team dat contracten in het Nederlands controleert, een medische apparatenfabrikant die regelgevinginzendingen beheert, een creatief bureau dat versioned assets over campagnes volgt. Dit zijn geen ChatGPT-gebruikers in de standaardzin. Ze hebben iets doordachters nodig.
Twee, ze bezitten data of context die het platform niet kan bereiken. Als je product in de infrastructuur van een bedrijf zit, hun propriëtaire data inneemt en tijd opbouwt in een model van hun specifieke domein, dan heb je een verdedigbare positie. Het platform kan dezelfde interface uitrollen. Het kan geen achttien maanden aan institutioneelkennis van je klant uitrollen.
Derde, ze creëren switchkosten via gewoonte, niet via lock-in. Er is een verschil. Lock-in is contractueel en mensen verfoeien het. Gewoonte is gedragsmatig en mensen merken het nauwelijks op totdat iemand vraagt of ze willen veranderen. De tools die overleven, zijn de tools die deel worden van hoe een team denkt, niet alleen wat ze aanklikken.
Atlas, als browser, had het moeilijker met alle drie. Browsen is per definitie algemeen. De data was het open web. En acht maanden is niet lang genoeg om een gewoonte te bouwen die sterk genoeg is voor een platformbesluit.