Het geval voor modelonafhankelijk workflowontwerp
De praktische reactie is niet om AI-tools te vermijden of alleen op opensource-alternatieven in te zetten. Het is om workflows zo te ontwerpen dat de logica van de interface kan worden gescheiden.
Dat betekent een paar concrete dingen.
Eerstens. behandel prompts als code. Ze gaan in een repo. Ze hebben commitgeschiedenis. Ze worden beoordeeld zoals elk artefact dat codeert hoe het team denkt.
Tweedens. abstract de modeloproep. Of je team daadwerkelijke code schrijft of een workflowtool gebruikt, de stap die een model aanroept moet één configuratie-instelling zijn, niet iets dat in elk knooppunt van een pipeline is ingebakken. Het wisselen van Claude naar GPT-4o hoort een middag te zijn, geen sprint.
Derdens. bezit je evaluatielaag. Als je AI gebruikt om werk te beoordelen, behoren de criteria voor goed werk aan jou. Schrijf ze op. Test nieuwe modellen ertegenaan voordat je migreert. Het model is de motor. De criteria zijn de auto.
Vierdens. houd een leverancierkaart bij. Weet welke tools je team van afhangt, wie ze controleert, en wat de migratiekosten zouden zijn als de toegang morgen verdween. Meeste teams hebben geen idee totdat ze het nodig hebben.
Dit is geen paranoia. Het is dezelfde gedachte die serieuze engineeringteams ertoe bracht vendor lock-in op infrastructuur te vermijden. AI-tools verdienen dezelfde discipline.